Particuliere Thuiszorg Nederland, zorgadvies

De Wet langdurige zorg (Wlz) wordt aangepast als het aan staatssecretaris Martijn van Rijn (VWS) ligt. Dertienduizend mensen wachten in deze wet op een voorkeursplek in een instelling. Hier moet wat aan gebeuren, legt hij uit in een interview met Zorgvisie magazine. “We gaan naar andere manieren van zorginkoop door het zorgkantoor”.

Wachtlijst

Dat er een wachtlijst is voor mensen in de langdurige ggz en gehandicaptenzorg, heeft volgens Van Rijn verschillende oorzaken. “Een hiervan is dat mensen die in aanmerking komen voor een plek in het verpleeghuis liever wachten op een kamer in een instelling naar keuze. Er is spanning tussen wat mensen willen en wat voorhanden is aan gecontracteerd aanbod.’

Wijziging Wlz

in beginsel wil Van Rijn het probleem van de wachtlijsten oplossen door een wijziging van de Wlz. Er zou een overbruggingsperiode van dertien weken moeten komen, waarbinnen de zorgkantoren een gepaste plek voor de wachtende moet vinden. Mocht het binnen die termijn niet lukken, dan krijgt de cliënt een ‘geschikte plek binnen een redelijke afstand’ toegewezen.

Kritiek

Volgens de oppositie wijt het bestaan van de wachtlijsten ook aan een te strenge indicatiestelling door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De toegangscriteria van het CIZ zijn volgens van Rijn echter niet te streng. Een ander punt van kritiek is de ‘geschikte plek binnen een redelijke afstand’, wanneer is daar sprake van? De PVV vraagt zich zelfs af of er überhaupt genoeg plekken zijn om daadwerkelijk iedereen een goede plek naar keuze te kunnen bieden.

Andere manier van zorginkoop

Naast het oplossen van de wachtlijsten wil Van Rijn ook dat het aanbod in de toekomst beter aansluit bij de wensen van de cliënt. “We bekijken andere mogelijkheden voor wat betreft inkoop. Manieren waarbij meer keuzevrijheid is voor bewoners en cliënten gestimuleerd en beloond worden. Vroeger zeiden we: Dit is uw zzp en dit is precies het aantal uren zorg waar u recht op heeft. Nu zeggen we: Dit is uw zorgprofiel, praat met uw zorgprofessional over wat u wilt.”

Bron: zorgvisie.nl